Rechter: Italianen Mogen Oude Biljetten Nog Inwisselen Voor Euro’s

De minister van financiën van Italië – een land dat verzuipt in de schulden – heeft al geen makkelijke baan en nu heeft Pier Carlo Padoan er onverwacht nog een probleem bij. De bewindsman moet ergens heel veel euro’s zien te vinden om die uit te kunnen keren aan landgenoten die zich met stapels lires melden. De termijn om de oude nationale munt in de nieuwe Europese munt om te wisselen was (in tegenstelling tot in Nederland) in Italië allang verstreken, maar door een recente uitspraak van het Constitutionele Hof ligt die kwestie ineens weer helemaal open.

In 2002 sloten de Italianen de nieuwe, harde euro con amore in de armen. Hun lires zouden ze nog tien jaar, tot 28 februari 2012, bij de Banca d’Italia kunnen omwisselen. Maar toen Italië in 2011 bijna failliet ging en de hele eurozone in paniek was, werd Mario Monti crisispremier en hij besloot anders: van de ene op de andere dag – op 6 december 2011 om precies te zijn – was de lire geen cent meer waard; de munt kon niet langer worden omgewisseld.

Er was aan lires toen nog anderhalf miljard euro in omloop en door deze truc van Monti kon dat mooie bedrag op de staatsbalans worden bijgeschreven.

Maar Marcello Pistilli, advocaat te Milaan, vond dat een zeer vreemde gang van zaken. Namens zes cliënten, die samen 27.543 euro aan lires bezitten, stapte hij naar de rechter. Die gaf hem gelijk.

De zaak belandde daarna bij het Constitutionele Hof, dat vorige maand oordeelde dat de inwisseltermijn inderdaad niet plotseling had mogen worden ingekort. Iedereen moet immers op de wet kunnen vertrouwen.

Deze uitspraak geeft de Italianen hoop. Er blijken er nogal wat te zijn die, bijvoorbeeld in de koektrommel of in de linnenkast van een overleden familielid, dikke stapels lires hebben gevonden. De Italianen zijn immers ijverige spaarders – van wit én van zwart geld.

Aan weekblad L’Espresso vertelt ene Roberto hoe hij begin februari 2012 in de kelder van zijn ouderlijk huis een koffer met 190 miljoen lire vond. Dat was spaargeld van zijn overleden vader, zegt hij. Hij dacht daar zo’n 95.000 euro voor te krijgen, maar nee, hij was te laat. Mensen als Roberto verwachten nu alsnog euro’s te kunnen incasseren.

Minister Padoan is aan het bedenken hoe met deze tegenvaller om te gaan. Ondertussen krijgt advocaat Pistilli tientallen telefoontjes van Italianen met kapitalen aan lires die hem om advies vragen.

Telefonisch zegt hij desgevraagd dat degenen die kunnen bewijzen dat ze tussen 6 december 2011 en 28 februari 2012 bij de Banca d’Italia hun lires wilden omwisselen dat nu onmiddellijk moeten kunnen doen. Gaat dat niet gebeuren, dan spant hij opnieuw een zaak aan.